Welkom

Welkom

Nieuw: "Screentest" het nieuwe boek van Dolf de Vries

Screentest

Wanneer Lauren een screentest mag doen voor een rol in een soapserie, zijn haar moeder en haar beste vriendin Karin door het dolle heen. Tot haar eigen verbazing krijgt Lauren de rol en in razend tempo wordt ze een bekende Nederlander. Ze wordt herkend op straat, staat wekelijks in de roddelbladen en gaat naar allerlei hippe feestjes. Maar onderhuids komen langzaam de twijfels opzetten: is die soap haar droom of eigenlijk die van haar moeder? En hoe blijft ze zichzelf in dit wereldje, waarin veel niet is wat het lijkt? Als ze verliefd wordt op een van haar medespelers, lijken soap en realiteit zich nauwelijks meer van elkaar te onderscheiden. Is dit wel het leven dat ze wil?

Een meeslepende en indringende jeugdroman over beroemd zijn en de keerzijde daarvan.

Laatste inzending

Hallo Dolf de Vries, In 2003 heb ik u dit bericht gestuurd: "Ik wil later als ik ouder ben heel graag naar NZ en m'n lieve vader had uw boek voor mij gekocht. Ik vind het echt super leuk hoe u alles omschrijft. Eerst dacht ik echt dat het boek voor oude mensen was maar ik denk nu wel wat anders. Ik ben namelijk 16 jaar en vind uw boek heel gezellig. Omdat ik nou al best lang naar NZ wil en het nog steeds niet is gelukt, is het leuk om toch in NZ te zijn als ik uw boek lees. Heel erg bedankt en nog veel reisplezier!\" Ik kreeg toen een hele leuke reactie van u terug: \"Geertje, dat je mijn boek gelezen hebt vind ik geweldig, dat je het met plezier gelezen hebt nog geweldiger, maar dat je me dat laat weten vind ik super geweldig!! Hartelijk dank en gauw studeren en reizen!! Groeten, Dolf" Nu stuur ik u nogmaals een berichtje. Namelijk dat ik Vorig jaar juni ben afgestudeerd en nu ongeveer een week terug van de reis door Nieuw Zeeland ben. Uiteraard had ik voor vertrek nogmaals uw boek gelezen. Nog steeds geweldig! Dank u! En de reis was natuurlijk helemaal geweldig! Vriendelijke groet, Geertje Peeters

Amerika in een rugzak

Het 12e boek van Dolf de Vries "Amerika in een rugzak" is onlangs verschenen. Bestel hem nu!

amerika-03-medium.jpg

Na een reis door welk land of continent dan ook werd mij steevast gevraagd “hoe was het?” Na deze reis door Amerika werd mij gevraagd “en, hoe was het?” Een opmerkelijk verschil. In dat “en” zit precies verpakt wat de Nederlander voelt en denkt wanneer hij het over Amerika heeft. Een vermenging van argwaan, afgunst, kritiek, nieuwsgierigheid... een alles behalve neutrale belangstelling.

De Nederlander heeft een haat-liefde-verhouding met Amerika. Dat geldt minder voor de Nederlanders die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt. Tot die generatie behoor ik, al was ik dan pas zeven jaar toen de oorlog eindigde. Dat ik “bevrijd was door de Amerikanen”, is mij met de paplepel ingegoten. De dood van president Franklin Delano Roosevelt voelde zelfs ik als een persoonlijk verlies. De datum van 12 april 1945 staat in mijn geheugen gegrift. Mijn eerste spreekbeurt op de middelbare school ging over Roosevelt en een bezoek aan Washington is niet compleet zonder een bezoek aan zijn Memorial.

Tijdens het presidentschap van George W. Bush werd het, door de weerzin tegen deze president, normaal met hem alle Amerikanen over één kam te scheren. Toen ik tegen een goede vriendin zei dat wij van plan waren maandenlang door de VS te reizen antwoordde zij: “En dan nu naar dat verd… USA. Hoe durf je. Kun je er nog in zonder irisscan,voedingsgewoonten, creditcarduitgavenoverzicht, ademtest, vingerprints, geloofsovertuiging en een meterslange grijns op je hoofd? Ik heb besloten dat ik er niet meer heenga. Zeker niet zolang die huichelaar aan het bewind is…” In de periode dat wij onze reis voorbereidden las ik in “Land! Land!” van Sandor Márai de volgende zin: “Hier zaten (in Le Dôme of la Coupole in Parijs-DdeV) de jonge Amerikaanse schrijvers goedkope brandewijn te zuipen, Fitzgerald, Faulkner, Hemingway met zijn borstelige snor, en nog vele anderen, die voor de desolaatheid van het commerciële schijnpuritanisme in Amerika naar de Montparnasse gevlucht waren…” De gemengde gevoelens werden dus niet uitsluitend door Nederlanders gekoesterd en zijn niet van de laatste tijd.

Klik hier voor het hele fragment


Dolf de Vries legt Syrië en Jordanië open in z'n 11e uitgave

syrie_jordanie-03-medium.jpgDolf de Vries, de bekende acteur/schrijver, reist graag en veel per trein, boot, bus en fiets. Het liefst bezoekt hij, met slechts een rugzak als bagage, gebieden waar het massatoerisme nog niet is doorgedrongen. Hij logeert in eenvoudige hotelletjes en praat, eet, drinkt en leeft met de plaatselijke bevolking.

‘Wanneer ik op reis ben en mensen ontmoet, staan al die gesprekken in dienst van een beter begrip van dat land,’ zegt hij.

Argeloos, nieuwsgierig en bescheiden maakt hij kennis met de mensen, hun cultuur en hun geschiedenis.

Ook in Syrië en Jordanië vermeed hij de platgetreden paden en trad de ons vreemde cultuur onbevangen tegemoet. Zodoende kwam hij ook deze keer weer thuis met een rugzak vol opwindende tips, feiten en wetenswaardigheden.

Het Syrië-Jordanië boek is begin 2006 verschenen.

Recensie Dagblad van het Noorden

Acteur/auteur Dolf de Vries komt met een nieuwe reisgids: Syrië & Jordanië in een rugzak, de elfde titel in de inmiddels alom gewaardeerde rugzakreeks. Jordanië is een normale vakantiebestemming. Syrië ligt minder voor de hand het zijn dan ook vooral de belevenissen en confrontaties in dit laat­ste land die de aandacht trekken en die De Vries op betrokken en boeiende wijze neerpent. De Vries schrijft direct, toegankelijk en zonder poes­pas. Een heerlijk leesboek, dat tussen de regels door ook nog eens informatief is.

datum : 18 maart 2006

Fragment uit  "Syrië & Jordanië in een rugzak"

Eerste Fragment (blz. 13)

Rond onze camper is gedrang ontstaan

Richard Leeuwenhart en Saladin, die elkaar fel bestreden maar elkaar nooit ontmoet hebben, roepen ons, met de armen broederlijk om elkaardolf_loet_camper.jpg heen geslagen, iets toe wat ik niet versta. Keizer Marcus Aurelius stijgt van zijn schimmel af, de menigte wijkt uiteen en terwijl Zenobia, die zichzelf in Palmyra lichtelijk overdreven tot keizerin van het Romeinse Rijk had uitgeroepen, hem met haar mooie ogen tracht te doorboren, nadert Marcus onze camper. Koning Oavid staat enigszins verlegen achter een boom, omdat hij zojuist vernomen heeft dat de beroemde Amerikaanse professor Thomas Thompson een boek heeft geschreven waarin hij beweert dat er geen enkel bewijs is dat hij ooit heeft bestaan. Een draagkoets verschijnt, waaruit de inderdaad verpletterend mooie Cleopatra neerdaalt. De menigte gaapt haar bewonderend aan en de jonge koning Abudullah, nog altijd verbaasd kijkend dat zijn vader, koning Hussein, hem tot zijn opvolger heeft bestempeld, schiet naderbij om haar een helpende hand te bieden. Keizer Justinianus probeert bij haar te komen maar prins Odainat duwt hem zonder enig respect te tonen terug op de achtergrond. Cleopatra heeft slechts ogen voor paus Urbanus II, de paus die zijn gelovigen opriep Jeruzalem te bevrijden. Keizer Constantinus, vermaard omdat hij zich als eerste tot het christendom bekeerde, slaat zich op de dijen van plezier om iets wat Mohammed, die met zijn ene arm om zijn eerste vrouw Chadiedja en met zijn andere om zijn lievelingsvrouw A'fsja geslagen kritisch staat toe te kijken, hem in zijn oor heeft gefluisterd. Hier en daar houden slaven borden op waarop te lezen staat '1187, slag bij Hittin' en '636, slag bij Yarmouk'. Lawrence of Arabia, boven de meute uitkomend op zijn kameel, roept: 'Don't forget Aqaba!' terwijl hij bijna Agatha Christie omverrijdt. Alexander de Grote, van wie beweerd wordt dat hij aan een zonnesteek is overleden, slaat beschermend een arm om haar heen. En dan, plotseling, dringt een man door de eerbiedig wijkende menigte, klimt in onze camper, gaat op de achterbank zitten en zegt: 'De naam is Mustafa Kemal Atatiirk, u beiden bent op weg naar Syrië en Jordanië, het zij u vergeven, maar u zult eerst door het door mij gestichte Turkije moeten, negeert u dus deze opdringerige menigte en volg mijn aanwijzingen. Kom aan, geef gas...'

De reis is echt begonnen.

Tweede fragment (blz 23)

"Ik sta op een grote binnenplaats, omringd door muren. Langs drie van de vier muren een zuilengalerij, bevolkt door slenterende volwassenen en spelende kinderen. Die mensen voelen zich in die ruimte volkomen op hun gemak, dit is hun thuis, dit is het huis van hun geloof. Ik voel me vreemdeling, ik hoor hier niet thuis en hun geloof is mij vreemd. Ik heb me er, alvorens naar hun land te reizen, zo veel mogelijk in verdiept, maar dat was toch voornamelijk bedoeld om kennis te vergaren en zeker niet om het me eigen te maken. Ik las om enigszins te kunnen begrijpen wat hun geloof inhield, noem het een vorm van beleefdheid, maar niet met de bedoeling op zinnen te stuiten of gedachten te lezen die mijn leven zouden kunnen verrijken. Ik las behoorlijk afstandelijk en terwijl ik daar sta, merk ik dat ik het toch niet kan laten binnen te willen dringen in die wereld die al die voorbijgangers van kind af aan vertrouwd is. Omdat ik nog veel te onrustig ben, wil ik dat te geforceerd en in plaats van me open te stellen en alles over me heen te laten komen, lukt het me niet me te verplaatsen in die mensen en kom ik niet verder dan dezelfde afstandelijkheid waarmee ik thuis boeken over Mohammed en de islam las. Ik loop over dat plein, kijk omhoog naar die minaret, stel vast dat ik het mooi vind, maar er gebeurt niets met me. Ik blijf een vreemdeling, te lang, te wit, te westers."