Dagelijks leven

Dagelijks leven

Peddelen...

Door: Dolf de Vries

Hij leeft voor zijn kleinkinderen. Zelfs zozeer dat hij nooit meer wil reizen. Een paar dagen naar de Hoge Veluwe kan nog net. Vol trots vertelt hij dat hij vroeger zo hard moest werken dat hij zijn eigen kinderen bijna nooit zag. Alleen tijdens korte vakanties die wèl in het buitenland gevierd werden. Zo'n man is hij.

Zijn oudste kleindochters komen logeren. Lettie is 15, Mienke 13. Zijn vrouw heeft iets leuks bedacht, maar hij vertelt het zijn kleindochters alsof het zijn plan is. Vroeger zou zijn vrouw geprotesteerd hebben maar moegebeukt heeft zij ervoor gekozen de rit uit te zitten. "Morgen rijden we naar de Vlist, daar huren we een boot en dan gaan we peddelen," zei hij. Zijn vrouw legde uit waar de Vlist stroomde en vertelde zo enthousiast hoe zij daar, toen ze nog jong was en opa niet kende, geschaatst had dat Lettie en Mienke begonnen te stralen. "Hartstikke leuk" riepen ze elkaar na. Toen de meisjes in bed lagen presteerde hij het tevreden op te merken "dat hij het toch goed gezien had dat de meisjes het een goed plan zouden vinden."

"Hoelaat gaan we?" vraagt Lettie aan oma die in de keuken broodjes staat klaar te maken. Hij zit de krant te lezen en roept dat ze op moeten schieten. "Let maar niet op opa," fluistert oma, "hij heeft geen idee." Als Mienke de kamer binnenkomt vouwt hij de krant op en roept vrolijk "ziezo meiden, als oma klaar is kunnen we vertrekken." De meisjes achterin, oma naast hem en daar gaan ze. "Hoe kan ik het beste rijden naar de Vlist," vraagt hij en dit zou het moment kunnen zijn waarop oma hem zou kunnen afstraffen. Maar oma is te lief. "Ik heb de route voor me liggen,"zegt ze, "de mevrouw van de bootverhuur heeft het me precies uitgelegd." Lettie en Mienke stoten elkaar eventjes aan. "Vroeger, toen we nog internationale reizen maakten deed ik dat allemaal," zegt hij, "maar nu laat ik dat aan oma over. En dat gaat steeds beter." Oma kijkt naar buiten.

Precies op tijd zijn ze bij de boten. Oma zal met Mienke beginnen, Lettie kruipt achter hem naar haar plaats. "Hebt u wel eens gepeddeld, opa?" vraagt ze. Het is niet haar bedoeling maar hij ziet haar knipoog naar oma en Mienke. "Lang geleden kind, maar wat je jong geleerd hebt vergeet je nooit." Lettie lacht en zegt "dan moet u nou toch opletten opa, want we varen recht op het riet af." In de andere boot wordt gelachen en er kruipt iets van ergernis in hem. "Dat komt omdat jij onregelmatig peddelt Let," hijgt hij, waarop zij net iets te vriendelijk antwoordt " dat zal het dan wel zijn, hè opa?" Het zweet druipt van hem af en hij is blij dat oma voorstelt te stoppen omdat het tijd is voor de broodjes. Ze klimmen aan wal en gevieren zijn ze het er over eens dat het schitterend is rond de Vlist en dat je niet naar het buitenland hoeft om zoiets moois mee te maken. Nu mag Lettie bij oma in de boot en komt Mienke bij hem. Hij vindt dat prettig want Lettie vindt hij soms wel erg bijdehand en haar grappige opmerkingen vertrouwt hij niet helemaal. Mienke is jonger, spontaner en meer zijn type. Tot zijn teleurstelling moet hij al na enkele minuten vaststellen dat Mienke aanzienlijk brutaler is dan haar oudere zus. "Opa, u roeit echt fantastisch hoor maar we varen wel recht op het riet af." Weer dat vervloekte gegiegel in de andere boot. Hij roeit als een bezetene en het lukt hem hun boot weg van de kant te roeien.

"Het zou leuk zijn als jij meeroeide," roept hij over z'n schouder. " Als u het goed doet hoeft u zich niet zo in te spannen, en wel opletten opa want nu gaan we op de overkant af." Bijna gooit hij van woede zijn peddel in het water. "Luister goed meisje, je hebt het wel tegen je grootvader, als ik zeg dat jij er geen bliksem van kan is dat zo." Mienke kan haar lachen niet meer beheersen en roept "u bent geweldig opa, voor iemand van uw leeftijd."

Ineens houdt hij alleen nog van zichzelf. En mensen die te veel van zichzelf houden kunnen niet om zichzelf lachen. Oma had hem dat zograag duidelijk gemaakt. Maar dat is dan weer het wonder van het leven, wat zij niet gekund en gedurfd heeft, lukt Mienke. Want Mienke is niet bang voor opa. Ze legt haar hand op zijn schouder en zegt "u moet u niet kwaad maken opa, want we zitten alweer in het riet en dat is echt uw schuld." En wat zegt hij? " Je moet je brutale mond houden maar je hebt wel gelijk." Oma lacht met Lettie en Mienke mee, maar als hij naar zijn vrouw had gekeken had hij gezien dat haar lach meer verdriet dan blijdschap toonde.